|
| |
WELTERUSTEN MENEER DE PRESIDENT, Boudewijn de Groot
|
 |
Meneer de president, welterusten,
slaap maar lekker in uw mooie witte huis,
denk maar niet te veel aan al die verre kusten,
waar uw jongens zitten, eenzaam, ver van huis.
Denk vooral niet aan die zesenveertig doden,
die vergissing laatst met dat bombardement
en vergeet het zesde van die tien geboden,
die u als goed christen zeker kent.
Denk maar niet aan al die jonge frontsoldaten,
eenzaam stervend in de verre tropennacht,
laat die weke pacifistenkliek maar praten,
meneer de president, slaap zacht!
Droom maar van de overwinning en de zege,
droom maar van uw mooie vredesideaal,
dat nog nooit door bloedig moorden is verkregen,
droom maar dat het u wel lukken zal ditmaal.
denk maar niet aan al die mensen die verrekken,
hoeveel vrouwen, hoeveel kinderen zijn vermoord,
droom maar dat u aan het langste eind zult trekken
en geloof van al die tegenstand geen woord.
bajonetten met bloedige gevesten
houden ver van hier op uw bevel de wacht,
voor de glorie en de eer van 't verre Westen,
meneer de president, slaap zacht1
Schrik maar niet te erg wanneer u in uw dromen
al die schuldeloze slachtoffers ziet staan,
die daarginds bij het gevecht zijn omgekomen
en u vragen hoe lang dit nog zo moet gaan.
En u zult toch ook zo langzaamaan we weten
dat er mensen zijn die ziek zijn van 't geweld,
die het bloed en de ellende niet vergeten
en voor wie nog steeds een mensenleven telt?
Droom maar niet teveel van al die dode mensen,
droom maar fijn van overwinning en van macht,
denk maar niet aan al die vredeswensen,
meneer de president -slaap zacht!
|
|